NAi activiteiten  

tentoonstelling
INPROGRESS

Openingstoespraak van Olv Klijn, 14 februari 2003

Het eind van het architectenbureau

De tentoonstelling INprogress wil naar eigen zeggen ruimte geven aan experimentele architectuur. Als in een momentopname wil zij tendensen en fascinaties met betrekking tot ruimtelijke kwesties onder de aandacht brengen. Om de genoemde momentopname te kunnen maken zijn twaalf architectenbureaus gevraagd fragmenten van hun werk te tonen. Aanvullend wordt het middel van het video-interview ingezet om ook de personen achter het getoonde werk in beeld te brengen. Een tentoonstelling kortom van twaalf bureaus met ten minste twaalf visies en veelheid aan ideeën en gezichten. Aan mij de vraag in het geheel een lijn te ontdekken.

 

ontwikkeling De titel INprogress doet vermoeden dat er in deze tentoonstelling sprake is van een ontwikkeling, er is iets gaande, misschien is er zelfs sprake van vooruitgang. Hoewel het verleidelijk is meer specifiek op de diversie ontwikkelingen en hun richtingen in te gaan aan de hand van het getoonde werk, wil ik hier een poging doen in meer algemene zin deze tentoonstelling te plaatsen en te duiden. Want hoe divers het getoonde werk ook mag zijn, opvallender is naar mijn mening de richting waarin het gezamenlijk wijst: Het eind van het architectenbureau. Een constatering die in dit gezelschap vraagt om een nadere toelichting.

 

definitie

Superbowl
Bureau: Blue architects
Architectuur kent als moeder aller kunsten een even veelomvattende als nietszeggende definitie. Beoefenaars van deze discipline, voor het gemak hier architecten genoemd, leiden per definitie een dubbelleven op de grens van kunst en wetenschap. Naast bouwers zijn architecten immers ook denkers, initiators, vernieuwers en volgens een enkele optimist zelfs zieners te noemen. Hun productie bestaat niet louter uit gerealiseerde bouwwerken, maar evenzeer uit ideeën, voorstellen, theorieën en manifesten.

Hoewel het architectonisch product divers is en geen hiërarchie kent - gerealiseerd en theoretisch werk hebben elkaar in de geschiedenis altijd wederzijds beïnvloed - is er traditioneel wel sprake van een chronologie, of beter gezegd een 'volgorde van werken'. Theoretisch werk is in deze opvatting stevig ingebed in een gebouwd oeuvre en is in de meeste gevallen zelfs op te vatten als het gevolg van het daadwerkelijke bouwen. Voorbeelden van een dergelijke volgorden zijn de bekende massawoningbouw plannen van Le Corbusier voor Algiers en Rio de Janeiro die begin jaren 30 volgen op de realisatie van unieke woningen als Villa Stein (1926) en Villa Savoye (1928). Maar ook voor anderen, zoals Frank Lloyd Wright of meer recent Aldo Rossi, gold dat theoretisch werk volgde op, of ten minste parallel liep aan een gebouwde werkelijkheid. Beide vormen van architectuur informeren elkaar om uiteindelijk tot een productief geheel te worden gesmeed. Binnen de Nederlandse context is het werk van een bureau als Van den Broek en Bakema wellicht het meest illustratief voor de hier bedoelde werkvolgorde.

 

overzichtelijke situatie

Model salamhitec
Bureau: Artgineering
De betrekkelijk overzichtelijke situatie waarin de architect, of het architectenbureau, in onderlinge verbondenheid, geënt op eigen ervaring en volgens een zekere chronologie een lichaam van gebouwd en theoretisch werk realiseert is in de laatste decennia van de vorige eeuw langzaam maar ingrijpend veranderd. Na de emancipatie van de jaren 60, de inspraak van de jaren 70 en de inhaalslag op internationaal niveau van de jaren 80 breken er in de jaren 90 hoogtijdagen voor de Nederlandse architectuur aan die het karakter van het werk en de volgorde van werken radicaal veranderen.

Het proces van globalisering, het wegvallen van de tegenstellingen tussen oost en west, opent niet alleen de mogelijkheden internationaal te werken en te denken, maar roept bovendien het verlangen op aansluiting te vinden bij het internationale debat. Mede dankzij een gunstig subsidieklimaat blijkt dit verlangen snel te kunnen worden vervuld. Bart Lootsma spreekt van een tweede moderniteit ofwel een Super Dutch-mentaliteit, een typisch Nederlandse mix van zelfconfrontatie en radicale gevolgtrekking, waarmee in deze periode verschillende Nederlandse architecten de aandacht op zich weten te vestigen. Opvallend veel en opvallend jonge Nederlandse bureaus blijken gewapend met eigen varianten van deze mentaliteit medio jaren 90 zelfs instaat internationaal de toon te zetten. Naast een letterlijke uitbreiding van het werkterrein ligt hier tevens het begin van een meer inhoudelijke verandering van de rol van de architect en het architectenbureau. De in het oog springende opkomst van global offices en de hierin werkzame permanently jetlegged architect is slechts de uiterlijke vertoning van deze veranderingen. In een klimaat van schijnbaar onbeperkte economische mogelijkheden wordt veel grensoverschrijdend werk door architecten aangepakt. Architecten blijken met wisselend succes ook te kunnen meedenken over landschap, over infrastructuur, over mode, over marketingstrategieën en over grafisch ontwerp, om maar enkele disciplines te noemen. Niet alleen worden de grenzen van het vakgebied opnieuw verlegd, iets wat in de geschiedenis vaker is gebeurd, maar ook het karakter van het werk verandert. De traditionele relatie tussen theorie en praktijk wordt steeds vaker losgelaten. Het architecten bureau verandert meer en meer in een stelsel van parallelle werelden gevat in de netwerkmaatschappij. Ook nemen de mogelijkheden toe om als architect op basis van alleen theoretische voorstellen en reputatie op te bouwen. Het verlichtingsidee van moderne architectuur als evolutionair eindpunt wordt definitief los gelaten. Wat ontstaat is een situatie die meer lijkt op de wereld van de mode: onderhevig aan grillen van het moment wordt hierin nooit een eindpunt bereikt.

 

eind van de Gouden eeuw

Toren
Bureau: Onix
beeld: ASK Utrecht
Met het naderende einde van de Gouden Eeuw van de Nederlandse Architectuur breekt er nu wederom een nieuwe periode aan. Hoewel er volgens Harm Tilman (recentelijk in De Architect) sprake is van "een tijdperk van verandering zonder dat we weten in welke richting de wereld zich beweegt", zijn de vooruitzichten voor de architectuur wat mij betreft minder verwarrend. Immers in de luwte van het economische hoogtij ontstaat er een mogelijkheid tot bezinning, een periode waarin nieuwe contouren zichtbaar kunnen worden.

Het is naar mijn idee duidelijk, zeker na het bekijken van INprogress, dat het architectenbureau zoals wij het kenden definitief heeft afgedaan. Het begrip wordt nog wel gehanteerd maar denkt in de meeste gevallen de lading niet meer. Dit eindpunt van het traditionele architectenbureau is echter tevens het begin van een zoektocht naar nieuwe invullingen, die bij INprogress te zien zijn. Nu het duidelijk is geworden dat deze invullingen niet eenduidig te benoemen zijn en bovendien hun eigen mogelijkheden en kwaliteiten genereren kan men slechts de hoop uit spreken dat binnen afzienbare tijd het stadium van de vrijblijvende experimenten verlaten wordt. Alleen dan kunnen er nieuwe mogelijkheden gecreëerd worden om de genoemde 'volgorde van werken' en de wederkerigheid van theorie en praktijk nieuw leven in te blazen. Ook met betrekking tot het begrip architect kan dan meer duidelijkheid worden gegeven.

Een eerste stap in deze richting kan zijn om in de toekomst bij tentoonstellingen als INprogress weer een gedurfde lijn uit te zetten, in plaats van het tonen van een scala aan mogelijkheden. Te veel verschillende experimenten - hoe interessant ze individueel ook zijn - vertroebelen bij mij toch het eindbeeld. Het overkoepelend thema van 'jong' of 'experimenteel' architectenbureau blijkt in dit geval onvoldoende samenhang garanderen. Eerder zou er in de toekomst moeten worden geselecteerd op overeenkomstige strategieën, intenties of effecten. Dan ook kan er een zinvol begin worden gemaakt met de herdefinitie van de begrippen architect en architectenbureau. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat een dergelijke herdefinitie wederom geen eenduidig beeld op levert kan er wel meer helderheid worden verschaft over de mogelijke nieuwe invullingen van het architectenberoep. Uitgaande van deze aanpak gaan we denk ik een opwindende en verhelderende toekomst tegemoet.

 

Olv Klijn, ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling INprogress, 14 februari 2003.

Meer over de tentoonstelling


Nederlands Architectuurinstituut - Museumpark 25 - 3015 CB Rotterdam
tel. 010-4401200 - fax 010-4366975 - e-mail

veranderd: donderdag, 13 maart 2003